×

18-05-2021

Ik heb met privégeld geïnvesteerd in het huis van mijn echtgenoot. Kan ik dit terugkrijgen of ben ik het kwijt?

Ik heb met privégeld geïnvesteerd in het huis van mijn echtgenoot. Kan ik dit terugkrijgen of ben ik het kwijt?


Ik heb met privégeld geïnvesteerd in het huis van mijn echtgenoot. Kan ik dit terugkrijgen of ben ik het kwijt? 

Wanneer u met privévermogen iets betaalt dat vervolgens eigendom wordt van uw echtgenoot, dan moet uw echtgenoot aan u een geldbedrag vergoeden. Datzelfde geldt, als u samen met uw echtgenoot iets koopt maar u betaalt een groter deel van de koopprijs. Of, zoals het in de wet staat: u krijgt een ‘vergoedingsrecht’. U heeft er recht op, dat uw echtgenoot dat betaalde bedrag aan u vergoedt. In de wet is een regeling van vergoedingsrechten opgenomen, die geldt voor echtgenoten en voor geregistreerde partners. Waar in dit artikel wordt gesproken over echtgenoten, worden daarmee ook de geregistreerde partners bedoeld. Hierna leest u wanneer vergoedingsrechten ontstaan en hoe deze worden berekend. 

Tip: Overweegt u mee te betalen aan een privébezitting van uw partner? Maak dan goede afspraken!

Wanneer heb ik een vergoedingsrecht?

De wet bepaalt, wanneer een echtgenoot een vergoedingsrecht krijgt. Een vergoedingsrecht tussen echtgenoten ontstaat, wanneer de ene echtgenoot met privégeld iets betaalt, terwijl de andere echtgenoot in privé eigenaar wordt. Een vergoedingsrecht ontstaat ook wanneer de ene echtgenoot uit privégeld een schuld aflost van de andere echtgenoot, die is aangegaan voor de aankoop of verbouwing van een privébezitting, zoals een woning.

Als u bent getrouwd in een (algehele of beperkte) ‘gemeenschap van goederen’ en met privégeld investeert in een bezitting die in de gemeenschap van goederen valt, dan krijgt u ook een vergoedingsrecht. U heeft dan het recht om geld terug te krijgen uit de gemeenschap van goederen. Wat de gemeenschap van goederen precies is en welke bezittingen daartoe behoren, kunt u lezen in het bericht van Met Recht Geregeld 2020-02. 

Wanneer u met uw privégeld huishoudkosten heeft betaald omdat er op dat moment geen andere inkomsten aanwezig waren, heeft u geen vergoedingsrecht. Huishoudkosten zijn kosten die nodig zijn om het huishouden draaiende te houden, zoals de kosten van de dagelijkse boodschappen en kosten voor de opvoeding en verzorging van kinderen. De rechter heeft uitgemaakt, dat er geen vergoedingsrecht ontstaat als in tijden waarin de inkomsten minimaal zijn de huishoudkosten worden betaald met privégeld van een echtgenoot. Ook is geen sprake van een vergoedingsrecht als u privégeld heeft betaald omdat u wilde schenken.

Let op! Voor betaalde ‘huishoudkosten’ staat een aparte regeling in de wet.

Hoe groot is mijn vergoedingsrecht? De beleggingsleer

Bij een vergoedingsrecht heeft u niet altijd recht op terugbetaling van hetzelfde bedrag, als het bedrag dat u oorspronkelijk uit uw privévermogen had betaald. De wet bepaalt namelijk, dat het vergoedingsrecht de waardestijging of -daling volgt van de bezittingen waarop de betaling betrekking had. Dit wordt ook wel de ‘beleggingsleer’ genoemd. Hierna volgt een cijfervoorbeeld om dit duidelijk te maken.

Voorbeeld: vergoedingsrecht bij investering in een privébezitting van de echtgenoot

Bianca en Frits zijn in 2019 zonder huwelijkse voorwaarden getrouwd. Zij hebben dus een ‘beperkte gemeenschap van goederen’ (lees meer over de gemeenschap van goederen in Met Recht Geregeld 2020-02). Frits was al vóór het huwelijk eigenaar van een huis, zodat dit huis na het huwelijk eigendom van hem in privé is gebleven. Bianca heeft onlangs een schenking van haar vader onder uitsluitingsclausule gekregen (lees meer over de uitsluitingsclausule in Met Recht Geregeld 2020-13). De schenking is daarom privévermogen gebleven van Bianca.

Frits en Bianca wonen in het huis van Frits. Met het geld van de schenking heeft Bianca de nieuwe badkamer van het huis betaald. Dat kostte € 20.000. Het huis was vlak voor de verbouwing € 200.000 waard en wordt door de verbouwing € 220.000 waard. Na de verbouwing maakt de investering van Bianca 1/11de deel uit van de totale waarde van het huis.

Na tien jaar komt het tot een scheiding en eist Bianca het bedrag van haar vergoedingsrecht op. Het huis is nog verder in waarde gestegen en is inmiddels € 297.000 waard. Bianca heeft nog steeds recht op 1/11de deel van de waarde van het huis, zodat haar vergoedingsrecht ook een hogere waarde heeft gekregen. Ten tijde van de scheiding heeft Bianca recht op 1/11de deel van € 297.000, ofwel € 27.000.

Maar wat als het huis niet in waarde was gestegen, maar juist in waarde was gedaald tot € 187.000? Dan is de waarde van het vergoedingsrecht van Bianca ook gedaald. Zij heeft dan recht op 1/11de deel van € 187.000, ofwel € 17.000.

Dit voorbeeld geldt ook, als een lening was afgesloten om de nieuwe badkamer te betalen en Bianca de lening aflost met haar geld van de schenking.

Hieronder ziet u in de afbeelding nog eens hoe het vergoedingsrecht in dezelfde verhouding stijgt of daalt als de waarde van het huis:

Als een bezitting behoort tot een gemeenschap van goederen, dan bedraagt het vergoedingsrecht op de gemeenschap van goederen de helft van het bedrag dat door een echtgenoot is betaald. Dit komt, omdat elk van beide echtgenoten recht heeft op de helft van de gemeenschap van goederen, waardoor de bezitting (of de schuld) ook voor de helft een bezitting (of een schuld) is van de echtgenoot die erin heeft geïnvesteerd

Voorbeeld: vergoedingsrecht bij investering in een gemeenschappelijke bezitting

Bianca en Frits zijn samen eigenaar van het huis voordat zij trouwen, zodat het huis na hun huwelijk valt in de gemeenschap van goederen. Als Bianca met de schenking van haar vader de nieuwe badkamer van het huis betaalt, krijgt ze een vergoedingsrecht op de huwelijksgemeenschap, en niet op Frits. Vervolgens stijgt het huis in waarde tot € 297.000. Het vergoedingsrecht van Bianca is dan de helft van € 27.000, omdat zij zelf ook voor de helft recht heeft op het huis. Bianca krijgt dus € 13.500.

Uitzonderingen op de beleggingsleer

In sommige gevallen stijgt en daalt een vergoedingsrecht niet mee met de waarde van de bezittingen. Allereerst is dit het geval als de echtgenoten andere afspraken hebben gemaakt; lees daarover hieronder meer.

Daarnaast is dit ook het geval, wanneer zonder toestemming van een echtgenoot met zijn privévermogen iets wordt betaald. Zijn vergoedingsrecht stijgt wel in waarde als de zaak waarin is geïnvesteerd in waarde stijgt. Zijn vergoedingsrecht wordt echter nooit minder waard dan het oorspronkelijk betaalde bedrag, ook al daalt de waarde van de zaak.

Ook wordt een uitzondering gemaakt op de beleggingsleer in het geval dat met privégeld ‘verbruiksgoederen’ worden betaald. Verbruiksgoederen zijn zaken die door het gebruik in waarde dalen, zoals een auto. Het vergoedingsrecht is dan altijd gelijk aan het bedrag van de oorspronkelijke betaling. Dit wordt ook wel ‘nominaal’ genoemd.

Voorbeeld

Bianca en Frits zijn in gemeenschap van goederen getrouwd. Bianca koopt met het aan haar geschonken bedrag van € 20.000 een auto. Die auto valt in de huwelijksgemeenschap. De auto wordt intensief door Bianca en Frits gebruikt, waardoor deze na een tijd nog € 15.000 waard is. De waarde van het vergoedingsrecht van Bianca blijft € 20.000, omdat het bedrag van de vergoeding bij verbruiksgoederen nominaal blijft en niet in waarde meedaalt met de waarde van de auto.

Het vergoedingsrecht wordt ook nominaal berekend als het vergoedingsrecht is ontstaan vóór 1 januari 2012, dus wanneer de investering vóór deze datum is gedaan. Op 1 januari 2012 is namelijk de wet gewijzigd en de beleggingsleer ingevoerd. Deze regeling geldt dus niet voor vergoedingsrechten van vóór deze datum.

Andere afspraken

Echtgenoten kunnen andere afspraken over vergoedingsrechten maken. Ze kunnen bijvoorbeeld afspreken dat op sommige zaken de beleggingsleer niet van toepassing is, maar dat het vergoedingsrecht hierbij nominaal is. Dergelijke afspraken hoeven niet per se in een notariële akte te worden vastgelegd. Omdat mondelinge afspraken lastig te bewijzen zijn, is het wel verstandig om zulke afspraken over vergoedingsrechten op papier te zetten en beiden te ondertekenen.

Ongehuwde samenwoners

Ongehuwde samenwoners met een notarieel samenlevingscontract zijn géén geregistreerde partners van elkaar. Lees meer hierover in Met Recht Geregeld 2020-03. Voor ongehuwde samenwoners geldt deze regeling van vergoedingsrechten niet!

Samenvatting en tip

Wanneer u met privévermogen voor bezittingen heeft betaald waarvan uw echtgenoot in privé eigenaar is of welke bezittingen behoren tot de ‘gemeenschap van goederen’ waarin u getrouwd bent, dan heeft u een vergoedingsrecht jegens uw echtgenoot of jegens de gemeenschap van goederen. Hetzelfde geldt, wanneer u met privévermogen een schuld aflost die van uw echtgenoot privé of van de huwelijksgemeenschap is.

Het vergoedingsrecht wordt in beginsel berekend aan de hand van de beleggingsleer. De waarde van het vergoedingsrecht is niet altijd gelijk aan het bedrag van de investering. De waarde stijgt of daalt mee met de waarde van de bezitting waarin is geïnvesteerd. In sommige gevallen geldt een uitzondering op de beleggingsleer, bijvoorbeeld als de echtgenoten andere afspraken over een vergoedingsrecht hebben gemaakt.

Echtgenoten houden niet altijd goed bij of zij vergoedingsrechten hebben en hoe groot deze zijn. Het is daarom verstandig om met elkaar schriftelijke afspraken te maken. Uw notaris of juridische adviseur kan u daarbij helpen en u hierover uitgebreid adviseren want het zou vervelend zijn als hierover bij een eventuele echtscheiding of bij overlijden van één van u beiden ruzie ontstaat tussen u en uw ex of met de erfgenamen.

Heeft u met privégeld de verbouwing van het huis van uw echtgenoot betaald en vraagt u zich af of u een #vergoedingsrecht heeft? Lees wat vergoedingsrechten precies zijn en hoe deze worden berekend. Overweegt u mee te betalen aan een privébezitting van uw partner? Maak dan goede afspraken! 

Wilt u meer advies over dit onderwerp? Kom langs of bel ons. De bespreking is kosteloos. Bel voor het maken van een afspraak voor een bespreking op kantoor of voor een video-call met +31 (0)10 44 53 777. Wij zien ernaar uit om u te mogen begroeten.











Dit artikel is ontleend is aan ‘Met Recht Geregeld’ (www.metrechtgeregeld.nl), product van FBN Juristen.

FBN Juristen en MAES notarissen besteden de uiterste zorg aan de inhoud van de artikelen, maar aanvaarden geen aansprakelijkheid in geval van onvolledigheid of onjuistheid van een artikel, noch voor de gevolgen daarvan.